|
|
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Special: De nieuwe personenvennootschapDe huidige wetgeving voor personenvennootschappen (VOF, maatschap en CV) dateert grotendeels van 1838. Hoogste tijd voor modernisering dus, onder andere vanwege de sterke internationalisering die de laatste tijd heeft plaatsgevonden. In deze nieuwsbrief leest u wat er gaat gebeuren, wanneer dat gaat gebeuren en wat dat voor u voor gevolgen kan hebben. Het nieuws in vogelvlucht De belangrijkste vernieuwing is dat vennoten voortaan kunnen kiezen of ze hun vennootschap rechtspersoonlijkheid willen laten verwerven of niet. Om meteen maar één van de grootste misverstanden op dit punt weg te nemen: het al dan niet kiezen voor rechtspersoonlijkheid staat volledig los van de aansprakelijkheid van de vennoten. Ook indien voor rechtspersoonlijkheid wordt gekozen, blijven de vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor verplichtingen van 'hun' vennootschap. Kiezen voor rechtspersoonlijkheid staat eveneens los van de fiscale transparantie. Met andere woorden: ook de met rechtspersoonlijkheid toegeruste personenvennootschap is niet zelfstandig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De vernieuwingen behelzen ook een juridische stroomlijning, waarbij de bestaande regelingen die over twee wetboeken verspreid zijn (Burgerlijk Wetboek en Wetboek van Koophandel) in één regeling worden ondergebracht, die een plaats krijgt in het Burgerlijk Wetboek. Stand van zaken Bij de Eerste Kamer ligt op dit moment een wetsvoorstel met een nieuwe regeling voor personenvennootschappen (titel 7:13 van het Burgerlijk Wetboek). Deze nieuwe titel vervangt de huidige negende titel van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek (die betrekking heeft op de maatschap) en de derde titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Koophandel, waarin de vennootschap onder firma (VOF) en de commanditaire vennootschap (CV) geregeld zijn. De wet is op 25 januari 2005 al met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. Het streven is om de nieuwe wet te laten ingaan op 1 januari 2008. Of dat gehaald gaat worden, hangt af van de snelheid waarmee de Eerste Kamer het wetsvoorstel behandelt. De Eerste Kamercommissie voor Justitie heeft op 15 mei 2007 besloten de bespreking van het wetsvoorstel aan te houden tot de bijbehorende Invoeringswet de Eerste Kamer heeft bereikt, zodat de twee wetsvoorstellen gezamenlijk behandeld kunnen worden. De Invoeringswet moet ervoor zorgen dat de begrippen in andere wetten en regels afgestemd worden op de nieuwe regels voor personenvennootschappen. Dat is onder meer van belang om ongewenste fiscale consequenties te voorkomen. Nieuwe wet personenvennootschappenOndernemingsvormen: oud en nieuw
De eenmanszaak en de kapitaalvennootschap (BV en NV) blijven bestaan. Daarnaast komt er één nieuwe personenvennootschap in vijf varianten:
Actie: de laatste twee vennootschappen moeten hun drukwerk gaan voorzien van de aanduiding OVR of CVR.
Gevolgen voor de maatschap De openbare maatschap is op dit moment een veelgebruikte vorm onder vrije beroepsuitoefenaren zoals accountants, advocaten, notarissen en (para)medici, waarbij alle maten voor een gelijk deel aansprakelijk zijn. Onder de nieuwe wetgeving is elke vennoot (voorheen dus: maat of compagnon) hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schuldenlast aan derden. Een schuldeiser kan zich daardoor richten tot willekeurig welke vennoot voor het incasseren van de schuld, wat in de praktijk de vennoot met het grootste vermogen zal zijn. Accepteert u de nieuwe (en vaak zwaardere) regels voor de aansprakelijkheid, dan kunt u vanaf 1 januari 2008 als 'openbare vennootschap' (OV) door het leven gaan. Zo niet, dan heeft u de keus uit drie alternatieven:
Van maatschap naar BV Een voordeel van de BV boven de openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid zou kunnen zijn dat de fiscale druk lager kan uitpakken. Immers, het tarief in de vennootschapsbelasting bedraagt vanaf 2007 nog maar 25,5%, waarbij ook nog enkele tariefopstapjes gelden. Hierdoor pakt de fiscale druk voor de BV nog lager uit. Daar staat tegenover dat de ondernemer faciliteiten in de inkomstenbelasting misloopt. Ook zijn de kosten voor het 'in de lucht houden' van een BV doorgaans wat hoger. Een administratief voordeel is dat de aandeelhouders van de BV (de vroegere maten) niet meer ieder hun aandeel in de winst hoeven op te nemen in hun aangifte inkomstenbelasting. Er is nog maar één administratie nodig voor de BV in plaats van verschillende administraties. Gevolgen voor VOF en CV Ook voor de huidige commanditaire vennootschap (CV) verandert er in de nieuwe wetgeving niets op het punt van de aansprakelijkheid. De commanditaire vennoot blijft aansprakelijk tot maximaal de hoogte van zijn inbreng; de beherend vennoot blijft hoofdelijk aansprakelijk. Houd er wel rekening mee dat een commanditaire vennoot 'nieuwe stijl' eerder aansprakelijk zal zijn dan nu. Zo zal een commanditaire vennoot bijvoorbeeld aansprakelijk worden als die handelt op basis van een volmacht. Maar ook wanneer hij of zij belangrijke invloed heeft op het optreden van de besturende vennoten. Dit betekent feitelijk het einde van de constructie waarin een BV optreedt als besturend vennoot en de DGA van deze BV in privé fungeert als commanditair vennoot.
Openbare en stille vennootschap Elke andere vennootschap is een stille (niet-openbare) vennootschap. Deze stille vennootschap lijkt sterk op de huidige stille maatschap, met dit verschil dat er een afgescheiden vermogen komt. Daardoor krijgen zakelijke schuldeisers voorrang op privé-schuldeisers bij het innen van schulden. Vennootschappen met en zonder rechtspersoonlijkheid Om rechtspersoonlijkheid te kunnen krijgen, moet een openbare vennootschap (OV) aan twee eisen voldoen:
Een eventuele volmacht voor het opstellen van de akte moet op schrift staan. Bovendien moet elke OV worden ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Gebeurt dit niet, dan heeft de vennootschap een onbeperkt doel en is elke vennoot feitelijk onbeperkt vertegenwoordigingsbevoegd. Dat dit tot hoogst onaangename verrassingen kan leiden, zal duidelijk zijn! Vennootschap en afgescheiden vermogen Privé-crediteuren van een individuele vennoot kunnen dit aandeel ook niet 'uitwinnen'. Bovendien kan geen verdeling van de gemeenschap worden gevorderd zolang de vennootschap niet is ontbonden. Bestuur en vertegenwoordigingsbevoegdheid De bestuursbevoegdheid van een besturend vennoot is onbeperkt voor rechtshandelingen die gelet op het doel van de vennootschap tot de normale werkzaamheden behoren (denk bijvoorbeeld aan de aanschaf van bedrijfsmiddelen en het aannemen van personeel.) Voor andere rechtshandelingen heeft een besturend vennoot instemming van de andere vennoten nodig, tenzij in een overeenkomst anders is bepaald. In een openbare vennootschap heeft elke besturende vennoot de bevoegdheid om de OV te vertegenwoordigen bij handelingen die kunnen bijdragen aan het verwezenlijken van het doel van de vennootschap. Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid kan in een overeenkomst uitgesloten of beperkt worden. Zo'n uitsluiting of beperking geldt echter alleen als die staat ingeschreven in het Handelsregister!
Aansprakelijkheid van de vennoten De vennoten van een stille vennootschap blijven voor een gelijk deel gebonden aan verbintenissen over een deelbare prestatie, tenzij anders met de wederpartij is afgesproken. Voor verbintenissen over een ondeelbare prestatie (bijvoorbeeld de verplichting tot de levering van een huis) zijn de vennoten van een stille vennootschap wél hoofdelijk gebonden. Toetreding en uittreding van vennoten Hierdoor worden de zogenaamde 'verblijvings-, toebedelings- en voortzettingsbedingen' in vennootschapsovereenkomsten overbodig. De uittredende vennoot blijft persoonlijk verbonden voor de verbintenissen die zijn aangegaan met derden in de periode dat hij vennoot was. De verjaringstermijn is vijf jaar vanaf het moment van uitschrijving als vennoot uit het Handelsregister. CV krijgt nieuwe jasje In de nieuwe wet wordt de CV gedefinieerd als een openbare vennootschap, die naast een of meer gewone vennoten (besturende en niet-besturende vennoten) ook een of meer commanditaire vennoten heeft. Dat zijn vennoten die niet uitsluitend arbeid inbrengen, niet bevoegd zijn om rechtshandelingen te verrichten voor de vennootschap en die in het eventuele verlies van de vennootschap maximaal hoeven te delen voor het bedrag dat zij (verplicht) hebben ingebracht of verplicht zijn om in te brengen. Vennootschap omzetten in BV In de nieuwe situatie kan een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid of een CV met rechtspersoonlijkheid wél ineens worden omgezet in een BV. Een reden voor zo'n omzetting kan zijn dat de aansprakelijkheid van bestuurders en aandeelhouders in een BV beperkter is. Het omzetten van een vennootschap in een BV heeft echter ook fiscale consequenties. Het is dus van belang om goed advies in te winnen, alvorens deze stap te zetten. InvoeringswetGevolgen voor andere wetten en regels In diverse andere bepalingen, bijvoorbeeld in Boek 2 BW, worden de begrippen 'commanditaire vennootschap' en 'vennootschap onder firma' nu naast elkaar gebruikt. In de nieuwe wetgeving gelden beide typen vennootschap als 'openbare vennootschap' en daarom komt in andere wetteksten ook zoveel mogelijk de laatstgenoemde term te staan. Afzonderlijke vermelding van de commanditaire vennootschap, die nu een ondersoort wordt van de nieuwe openbare vennootschap, is daarbij zoveel mogelijk vermeden. Voor het stroomlijnen van dit soort wijzigingen is naast de Invoeringswet voor titel 7:13 Burgerlijk Wetboek een speciale Aanpassingswet gemaakt. Deze wet moet er ook voor zorgen dat de civielrechtelijke aanpassingen geen ongewenste fiscale gevolgen hebben en omgekeerd dat fiscale regelgeving niet botst met de gewenste civielrechtelijke effecten. Fiscale transparantie blijft bestaan Onder de huidige wetgeving zijn personenvennootschappen fiscaal transparant. Dat wil zeggen dat winst of verlies van de vennootschap worden meegeteld bij het vaststellen van de resultaten van de deelnemers in de vennootschap. Dat blijft zo onder de nieuwe wetgeving: de openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid (OVR) wordt voor de inkomsten- en de vennootschapsbelasting hetzelfde behandeld als de openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (OV). Hetzelfde geldt voor de commanditaire vennootschap met rechtspersoonlijkheid (CVR) of zonder rechtspersoonlijkheid (CV). Het handhaven van deze fiscale transparantie voor de OVR heeft tot gevolg dat een OVR-vennoot net als een OV-vennoot geacht wordt een aandeel te hebben in de vermogensbestanddelen van de vennootschap. Ze moeten inkomsten- of vennootschapsbelasting betalen over de hun toekomende opbrengsten, verminderd met de hun toegerekende kosten; ook de vennoten van een CVR en een CV worden gelijk behandeld bij de belastingheffing. Omdat de keuze voor een OVR of CVR of voor een OV of CV fiscaal neutraal is, werpen deze veranderingen geen nieuw licht op de discussie over de wenselijkheid van de invoering van een rechtsvorm-neutrale winstbelasting, zo meldt de Memorie van Toelichting op de Invoeringswet. Wijzigingen in AWR en Invorderingswet 1990 De Invorderingswet 1990 ondergaat wél een belangrijke wijziging. Deze aanpassing zorgt ervoor dat volledig aansprakelijke vennoten van een OVR of CVR voor de rijksbelastingen aansprakelijk gesteld kunnen worden op basis van artikel 33 van de Invorderingswet. Als andere vennoten op grond daarvan aansprakelijk worden gesteld, kunnen ze zich eventueel beroepen op de vrijpleitingsmogelijkheid die het vierde lid van dat artikel bevat. Overdrachtsbelasting vermijden Wie toetreedt tot een vennootschap zónder rechtspersoonlijkheid, moet overdrachtsbelasting betalen wanneer die vennootschap onroerend goed bezit. Voor bepaalde situaties kan echter nog steeds een beroep worden gedaan op de vrijstellingen in de Wet Belastingen Rechtsverkeer (WBR). Met name de vrijstelling voor bedrijfsopvolging in familiesituaties zal hierbij naast andere vrijstellingen van belang zijn. Toetreding tot een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid is alleen maar belast wanneer de vennootschap een zogenaamd 'onroerend goed lichaam' is, en de verkrijging een bepaalde omvang heeft. De bestaande inbrengvrijstelling van artikel 15.1.e en 15.1.f WBR wordt uitgebreid tot alle vennootschappen met rechtspersoonlijkheid. Zo kan de omzetting van een openbare vennootschap (OV) in een OVR dan wel CVR (of andersom) onder bepaalde voorwaarden zonder overdrachtsbelasting gebeuren. Ook bij het omzetten van een OVR in een BV (of andersom) is geen overdrachtsbelasting verschuldigd. Het lijkt er dus sterk op dat door te 'spelen' met rechtspersoonlijkheid er mogelijkheden zijn om te besparen op de overdrachtsbelasting! Checklist
|
|
|||
|
|