juli 2009
[Special]

Special: Crisiskrant

De overheid gaat de crisis te lijf met verschillende maatregelen. De meeste daarvan zijn fiscaal van aard, sommige meer gericht op de arbeidsmarkt. En behalve voor bedrijven wordt er ook het een en ander voor particulieren gedaan.

In deze Nieuwsbrief Special laten we zien welke nieuwe mogelijkheden en kansen de crisis u biedt. Maar ook brengen we een aantal reeds langer bestaande regelingen opnieuw onder de aandacht, voor zover die behulpzaam kunnen zijn om u door de crisis te slaan. Ook nuttig als het u goed gaat, trouwens!

Bedrijven

Voorlopige verliesverrekening
Zit u krap bij kas, overweeg dan om gebruik te maken van de nieuwe regeling die het mogelijk maakt om de uitbetaling van de verliesverrekening met minimaal een half jaar te vervroegen. U kunt een voorschot vragen van 80% van de verwachte terugbetaling. De versoepeling geldt zowel voor IB-ondernemingen (zoals eenmanszaken) als voor Vpb-ondernemingen (zoals bv's). Voor bedrijven met een gebroken boekjaar geldt een bijzondere regeling.

Het is voldoende om een redelijke schatting in te dienen van het verlies over 2008, op basis van een voorlopige jaarrekening. Een voorlopige aanslag over het jaar waarmee het verlies wordt verrekend, volstaat eveneens. Het besluit is op 16 april 2009 in werking getreden, heeft terugwerkende kracht tot en met 8 april 2009 en vervalt met ingang van 1 juli 2010.

Btw-aangifte versoepeld
Is uw bedrijf btw-plichtig en doet u maandelijks aangifte, dan valt u misschien onder de verruimde criteria voor kwartaalaangifte. Zo houdt u langer de beschikking over uw geld en het verlaagt uw administratieve lasten.

Bedrijven die hiervoor in aanmerking komen, hebben inmiddels al een brief gehad (van de belastingdienst), waarin ze kunnen aangeven of ze gebruik willen maken van deze verruiming.

Meer geld voor milieu-investeringen
Het budget voor de regelingen milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) is voor 2009 en 2010 met 30 miljoen euro verhoogd. De kans dat u er gebruik van kunt maken is dus vergroot.

De MIA biedt de mogelijkheid om een percentage van de investeringskosten (tot 40%) af te trekken van de winst. De VAMIL geeft liquiditeits- en rentevoordeel door het toestaan van willekeurig afschrijven op bepaalde milieu-investeringen.

Let op: gebruik maken van de VAMIL biedt alleen voordeel als er winst wordt behaald, of als een verlies wordt gecreëerd waardoor geld teruggehaald kan worden door middel van verliescompensatie. Is de winst negatief of laag, dan is de regeling minder interessant maar het is toegestaan om de afschrijvingspost mee te nemen naar volgende jaren (uiteraard binnen de geldende termijnen).

Verruiming energie-investeringsaftrek
De energie-investeringsaftrek geldt tot 1 januari 2011 ook voor energiebesparing in huurwoningen, voor een bedrag van maximaal EUR 15.000. Voorwaarde is dat de woning door de investering onder energielabel B gaat vallen of ten minste twee energielabels vooruitgaat.

Deze aftrek gold vroeger alleen voor nieuwbouw maar is nu ook bestemd voor bestaande woningen. Dat is dus goed nieuws voor verhuurders!

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk
Speur- en ontwikkelingswerk krijgt een impuls door een verhoging van de afdrachtvermindering. Deze gaat in de eerste schijf van 42% naar 50% en in de tweede schijf van 14% naar 18%. Bovendien gaat de eerste schijf doorlopen tot EUR 150.000 (was EUR 110.000).

Het plafond van de maximale afdrachtvermindering gaat omhoog van 8 miljoen euro naar 14 miljoen euro.

Vliegbelasting afgeschaft
De vliegbelasting (ecotax) is per 1 juli 2009 afgeschaft. Al sinds de invoering op 1 januari 2008 was er veel kritiek op deze maatregel. Het belangrijkste bezwaar was dat de opbrengst ervan niet direct ten goede kwam aan het milieu. Bovendien week ruim een miljoen Nederlanders uit naar vliegvelden in Duitsland en België, waar de tax niet werd geheven. Schiphol en de daaraan gelieerde bedrijven werden er ook niet bepaald beter van...

Impuls voor kredietverstrekking
Banken zijn door de kredietcrisis terughoudender geworden met het verstrekken van leningen aan bedrijven. Met de nieuwe 'Garantie Ondernemingsfinanciering' wil het kabinet deze kredietverstrekking stimuleren.

De overheid staat nu voor 50% garant voor leningen tussen 1,5 miljoen en maximaal 50 miljoen euro. De regeling is op 8 maart 2009 van kracht geworden en geldt voorlopig voor een jaar. Zie ook: www.senternovem.nl/garantieondernemingsfinanciering.

Bv-bestuurders kunnen privé-aansprakelijkheid voorkomen
Bestuurders van een bv moeten zorgvuldig te werk gaan als hun vennootschap in financiële problemen komt. Doen zij dat niet, dan lopen ze het risico dat ze na een faillissement privé aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van een bv.

Essentieel is dat bestuurders tijdig melden aan de belastingdienst dat de bv niet meer kan voldoen aan de betalingsverplichtingen voor loon- en omzetbelasting, accijnzen, premies werknemersverzekeringen en de bijdragen aan het pensioenfonds. Dit moet gebeuren: uiterlijk twee weken na het verstrijken van de uiterste betaaldatum. Het mag mondeling of schriftelijk, maar een aangetekende brief is natuurlijk het veiligst. U ontvangt géén bevestiging van de melding!

Bij tijdige melding van betalingsonmacht kunnen bestuurders alleen privé aansprakelijk worden gesteld als de fiscus kan aantonen dat er sprake was van onbehoorlijk bestuur in de drie jaar voorafgaand aan de melding. Wat niet eenvoudig is.

Bestuurdersaansprakelijkheid geldt voor álle bestuurders, ook als ze niets te maken hebben met de financiën van de bv, maar een heel andere taak binnen het bestuur vervulden. Ook 'papieren' bestuurders (die alleen op papier als bestuurder staan ingeschreven, maar die met de daadwerkelijke leiding niets van doen hebben) kunnen aangepakt worden!

Pas op met onzakelijke leningen
In deze economisch barre tijden stijgt het aantal faillissementen. Gaat er een werkmaatschappij van uzelf failliet, dan is dat al vervelend genoeg. Maar waak ervoor dat de moeder niet óók de dupe wordt, met name door onvoorzichtig te zijn met onzakelijke leningen.

Stel dat een moedermaatschappij een lening verstrekt aan een dochtervennootschap die het moeilijk heeft. Mocht de dochter over de kop gaan zonder de lening te kunnen aflossen, dan zal de moedermaatschappij de lening moeten afwaarderen. Dit verlies kan deels ten laste worden gebracht van het resultaat, maar de fiscus gaat daar alleen mee akkoord als de lening onder zakelijke voorwaarden is verstrekt. Dat wil zeggen dat er met de dochter marktconforme en realistische afspraken moeten zijn gemaakt over rentevergoeding, aflossing en zekerheden, net zoals die met een niet gelieerde zakenpartner zouden zijn gemaakt.

Tijdelijke versoepeling invorderingsbeleid
De fiscus heeft haar invorderingsbeleid tijdelijk versoepeld. Bedrijven die door de crisis financieel klem zijn komen te zitten, kunnen van de fiscus extra uitstel van betaling krijgen en de executiedatum bij beslag laten opschorten.

Om voor extra uitstel (bovenop de normale termijn van 12 maanden) in aanmerking te komen, is een deskundigenverklaring vereist – bijvoorbeeld van uw accountant – waaruit blijkt dat er tijdelijk betalingsproblemen zijn ten gevolge van de crisis, en dat die problemen binnen afzienbare tijd opgelost kunnen worden. U moet wel zo veel mogelijk zekerheden stellen voor de betaling van de belastingschulden.

Tip: probeer de uitsteltermijn zo lang mogelijk te maken want opnieuw uitstel vragen als u na afloop van de termijn nog steeds niet kunt betalen, is niet mogelijk.

Ook het executiebeleid is versoepeld. De belastingdeurwaarder verkoopt de inboedel van een bedrijf normaal gesproken maximaal 4 maanden na de beslaglegging. Deze termijn wordt tijdelijk niet gehanteerd als de ondernemer kan aantonen dat het bedrijf levensvatbaar is, bijvoorbeeld aan de hand van een ondernemingsplan of een positieve verklaring van de bank of accountant. Voorwaarde is ook dat het bedrijf zich stipt houdt aan alle na het beslag ontstane betalingsverplichtingen.

Wijziging willekeurig afschrijven
Bedrijven kunnen investeringen die in het belastingjaar 2009 plaatsvinden in twee jaar afschrijven, dus maximaal 50% in 2009 en 50% in 2010.

Deze willekeurige afschrijving is een tijdelijke maatregel die geldt voor nieuwe bedrijfsmiddelen. De belangrijkste uitzonderingen zijn: gebouwen, woonschepen, bromfietsen, motorrijwielen, personenauto's, immateriële activa, dieren, wegwerken, en bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor terbeschikkingstelling aan derden. Zeer zuinige personenauto's mogen wél willekeurig worden afgeschreven.

Het bedrijfsmiddel moet voor 1 januari 2012 in gebruik worden genomen.

Salaris dga mag lager
Het minimumsalaris van een directeur-grootaandeelhouder bedraagt EUR 40.000. In slechte tijden kan het echter nodig zijn om het salaris te verlagen tot onder deze fictief-loongrens. Daar gaat de fiscus echter niet zomaar mee akkoord. U moet aantonen dat dit noodzakelijk is met het oog op de continuïteit van het bedrijf, bijvoorbeeld door een realistische prognose te geven van het bedrijfsresultaat voor de komende vijf jaar.

Ook werken in deeltijd, het verrichten van werkzaamheden die in een lagere functieschaal vallen, of werken buiten de eigen bv, wordt door de fiscus geaccepteerd als goede reden voor een salarisverlaging.

Let op: in samenhang met de verlaging van uw salaris zult u misschien ook uw privé-uitgavenpatroon moeten aanpassen. Want aanvullend geld opnemen uit uw eigen bv (in rekening-courant) zorgt ervoor dat de fiscus niet akkoord zal gaan met de salarisverlaging.

Bij een salarisverlaging zal de fiscus wel eisen dat het pensioen ook wordt verlaagd, maar die schade is later wel weer in te halen.

Bedrijfseconomische crisistips
In crisistijd moet een ondernemer alerter zijn dan ooit. Een paar adviezen om u erdoorheen te slaan:

  • kom meteen in actie als debiteuren de betalingstermijn overschrijden;
  • analyseer de kredietwaardigheid van bestaande en nieuwe klanten;
  • zorg dat u voldoende liquide middelen hebt om tegenvallers op te vangen;
  • verdiep u in regelingen voor bedrijven die geld nodig hebben (borgstellingskrediet voor ondernemers, Europees krediet voor het MKB en de regeling Groeifaciliteit);
  • bedrijven die een krediet nodig hebben tot EUR 35.000 kunnen terecht bij de Stichting Microkrediet Nederland (zie www.qredits.nl).

Laat uw voorlopige aanslag verlagen
Bedrijven betalen belasting op basis van een voorlopige aanslag, gebaseerd op het verwachte resultaat. Valt dat resultaat door de crisis tegen, dien dan bij de fiscus een verzoek in voor wijziging van deze voorlopige aanslag. Dat levert meer liquide middelen op om u door de crisis heen te slaan.

Denk na over middeling
Als uw IB-onderneming de afgelopen drie jaar sterk wisselende inkomsten heeft gehad, dan is het middelen van de inkomsten over die jaren mogelijk gunstig. Op die manier kunt u het nadelige effect van de progressieve tariefschijven van de inkomstenbelasting wellicht tenietdoen.

Een verzoek om middeling moet uiterlijk 36 maanden na de definitieve aanslag over het laatste jaar van het middelingstijdvak worden ingediend. Een eenmaal ingediend verzoek tot middeling kan niet worden ingetrokken. Dus als blijkt dat het betrekken van een later belastingjaar bij de middeling nóg gunstiger uitpakt, dan kan dat niet meer. Beter is daarom een verzoek tot middeling een jaar aan te houden.

Middeling kan samen met verliescompensatie worden toegepast.

Benut de bestaande mogelijkheden!
De bestaande fiscale regels bieden tal van mogelijkheden om de crisis het hoofd te bieden. Hieronder een aantal suggesties.

  • Overweeg het afwaarderen van voorraden (ook grondstoffen en materialen), die meestal worden gewaardeerd op aanschafwaarde of voortbrengingskosten. U kunt niet afschrijven op deze voorraden, maar de waarde ervan kan door de crisis dusdanig zijn afgenomen dat u toch fiscaal mag afwaarderen.

  • U kunt ook afwaarderen op vorderingen die minder waard zijn dan de nominale waarde of een voorziening dubieuze debiteuren treffen.

  • Een optie is ook het kwijtschelden van schulden van debiteuren van wie u mag aannemen dat deze toch nooit zullen betalen. Het verlies is een aftrekbare last (mits zakelijk gehandeld wordt).

  • Bij een oninbare vordering op een debiteur mag u de btw terugvragen in het tijdvak waarin duidelijk wordt dat de debiteur nooit zal betalen.

  • Een manier om het resultaat te drukken is het vormen van een voorziening voor (toekomstige) uitgaven. U mag een jaarlijkse dotatie aan de voorziening aftrekken van de winst vóórdat u de kosten werkelijk maakt. Er moet wel een redelijke mate van zekerheid bestaan dat u de uitgaven op enig moment zult doen.

  • In principe mag u slechts beperkt afschrijven op bedrijfsmiddelen, maar u mag ze wel lager waarderen als de bedrijfswaarde ervan (dat wil zeggen: de waarde die een koper er bij overname van de onderneming aan zou toekennen) aanmerkelijk is gedaald, tot beneden de kostprijs minus de jaarlijkse afschrijving. De fiscus zal wel een taxatierapport van u eisen om de waardedaling aan te tonen.

Sociaal

Regeling deeltijd-WW verlengd
De tijdelijke regeling voor deeltijd-WW wordt verlengd, al worden de criteria om ervoor in aanmerking te komen wel aangescherpt.

Het kabinet had per 1 april 2009 375 miljoen euro beschikbaar gesteld voor deze regeling waarmee een bedrijf de uren van een werknemer voor maximaal de helft kan verminderen. Voor de uren die de werknemer niet werkt, ontvangt deze maximaal 15 maanden een WW-uitkering. De gedachte achter de regeling is dat werkgevers op deze manier waardevolle werknemers kunnen behouden die ze anders moeten ontslaan vanwege een tijdelijk tekort aan omzet en orders, terwijl ze deze werknemers weer hard nodig zullen hebben als de vraag weer aantrekt.

Minister Donner wilde de deeltijd-WW deze zomer afschaffen toen de pot leeg was, maar zag daarvan af na protesten van werkgevers en werknemers. De regeling voor deeltijd-WW is overigens wel aangescherpt. Werkgevers die meer dan 60%van hun personeel in deeltijd-WW willen onderbrengen, mogen nog maar 9 maanden een beroep doen op de regeling, in plaats van de huidige 15 maanden. Als een onderneming 30% tot 60% van het personeel in deeltijd-WW onderbrengt, duurt de steun maximaal 1 jaar.

Bij het ter perse gaan van deze nieuwsbrief was nog niet bekend hoeveel geld er voor de verlenging beschikbaar is, en wat dat eventueel voor consequenties heeft voor de invulling van de regeling.

Omscholingssubsidie voor ontslagbedreigden
Werkgevers die met ontslag bedreigde werknemers aannemen, kunnen een omscholingssubsidie krijgen van maximaal EUR 2.500 per werknemer. Voorwaarde is wel dat de werkgever minimaal een bedrag ter grootte van de subsidie zelf bijlegt en dat de werknemer na de scholing een diploma of certificaat behaalt. Het kabinet heeft voor 2009 en 2010 72 miljoen euro beschikbaar gesteld voor deze regeling.

De overheid gaat werkgevers ook de helft van de kosten van een traject voor een ervaringscertificaat (EVC-traject) vergoeden voor werknemers die hun baan dreigen te verliezen en geen startkwalificatie hebben. Verder krijgen gemeenten, Uwv en Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen extra mogelijkheden om ESF-gelden (subsidies van het Europees Sociaal Fonds) aan te vragen voor het aan het werk helpen van werkzoekenden.

Ontslag op bedrijfseconomische gronden
Het ontslaan van werknemers is voor bedrijven soms de enige mogelijkheid om het hoofd boven water te houden. Dat het ontslag noodzakelijk is op economische gronden moet u kunnen aantonen met accountantsrapporten en cijfers.

Het Uwv toetst de ontslagaanvraag op drie punten: is er echt ontslag nodig om bedrijfseconomische redenen, zijn de herplaatsingsmogelijkheden afdoende benut, en zijn de juiste personen voor ontslag voorgedragen?

Bij een ontslagronde om bedrijfseconomische redenen moet u uit verschillende leeftijds- en functiegroepen relatief evenveel medewerkers ontslaan. Dit afspiegelingsbeginsel kan haaks staan op het streven om de sterkst mogelijke organisatie over te houden als u hierdoor gedwongen bent medewerkers te ontslaan die u juist niet kwijt wilt. Overleg daarom in een vroeg stadium met een P&O-deskundige.

De kantonrechter is niet gebonden aan het afspiegelingsbeginsel, maar zal het wel meewegen in zijn oordeel over de billijkheid van de ontslagen.

Particulieren

Dekking depositogarantiestelsel blijft EUR 100.000
De staatsgarantie voor spaartegoeden blijft ook na 1 oktober 2009 EUR 100.000 per spaarder per bank. Bij een en/of-rekening geldt de garantie per persoon. Aanvankelijk was de verhoging van EUR 20.000 naar EUR 100.000 slechts bedoeld voor een jaar, maar de regeling is nu voor onbepaalde tijd verlengd.

Minister Bos werkt wel aan een nieuw garantiestelsel. Hij wil de banken een periodieke premie laten betalen, afhankelijk van het risicoprofiel van de bank. Ook wil hij het mogelijk maken dat deposito's na een faillissement door een andere bank worden overgenomen op kosten van het depositogarantiestelsel.

Scheepvaart-cv's in de problemen
Veel scheepvaart-cv's dreigen failliet te gaan door de sterk gedaalde tarieven voor zeevracht. Bijna geen enkele scheepvaart-cv keert voorlopig dividend uit. Veertig van de honderddertig cv's hebben particuliere beleggers al om extra geld gevraagd.

Wees voorzichtig met bijstorten! De kans is reëel dat u daar geen cent van terugziet, net zo min als van uw oorspronkelijke investering. Een en ander heeft overigens wel een aftrekbaar verlies in de IB tot gevolg. De fiscus deelt dus in de pijn.

Nationale Hypotheekgarantie omhoog
De Nationale Hypotheekgarantie (NHG) is vanaf 1 juli 2009 tijdelijk verhoogd van EUR 265.000 naar EUR 350.000. Het kabinet hoopt dat banken hierdoor eerder een lening verstrekken voor de aankoop van een woning, zodat de woningmarkt weer in beweging komt.

Kopers die gebruikmaken van de NHG kunnen van hun bank een lager rentetarief krijgen. Voorwaarde is dat niet meer dan de helft van de lening aflossingsvrij is. De verhoging geldt tot 1 januari 2011.

Tijdelijke verhuur van woning wel mogelijk
Het tijdelijk verhuren van een koopwoning, in afwachting van de verkoop ervan, is wel degelijk een mogelijkheid. Dat is goed nieuws voor bezitters van twee woningen die hun oude woning door de kredietcrisis niet verkocht krijgen.

Veel hypotheekverstrekkers staan het verhuren van een te koop staande woning niet toe, uit vrees dat de huurders na de koop moeilijk uit het huis te krijgen zijn omdat deze zich beroepen op huurbescherming. Volgens minister Van der Laan (VROM) biedt de Leegstandswet echter voldoende ruimte om dit te voorkomen.

Als de eigenaar zijn te koop staande huis voor minimaal 6 maanden verhuurt op grond van de Leegstandswet, geldt een groot deel van de huurbescherming niet. De verhuurder kan de huurovereenkomst opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Wel moet de verhuurder bij tijdelijke verhuur een vergunning aanvragen bij de gemeente. De gemeente kan deze afgeven voor maximaal 2 jaar, met een verlengingsmogelijkheid tot 5 jaar.

Het is wel verstandig om bij verhuur op grond van de Leegstandswet een clausule in de huurovereenkomst op te nemen die duidelijk maakt dat beide partijen de bedoeling hebben om tijdelijk te (ver)huren.

Bij het verhuren van een te koop staande woning gaan de woning en de bijbehorende schuld over van box 1 naar box 3, en is hypotheekrenteaftrek niet meer mogelijk.

Gevolgen van huis verkopen met verlies
Sommige huizenbezitters zien zich door de crisis genoodzaakt hun oude woning te verkopen met verlies. Ze hebben dan bij de aankoop een hogere lening gesloten dan de huidige verkoopsom en blijven daardoor met een restschuld zitten omdat ze tussentijds niets hebben afgelost. Wat voor gevolgen heeft dat?

De eigenwoningschuld viel vóór de verkoop van het huis in box 1, waardoor de rente aftrekbaar was. Na de verkoop is de restschuld fiscaal gezien een persoonlijke lening, waarvan de rente niet aftrekbaar is. Voor zo'n persoonlijke lening brengen banken tot overmaat van ramp ook nog eens een hoger rentetarief in rekening.

Een uitweg uit deze situatie lijkt het sluiten van een nieuwe lening voor een goedkopere woning waarbij de restschuld wordt meegefinancierd, om vervolgens de rente weer te kunnen aftrekken in box 1. Deze vlieger gaat echter niet op omdat volgens de wet alleen de aankoopsom plus kosten als eigenwoningschuld gelden. Het daarbovenop geleende bedrag geldt als een consumptieve lening in box 3, waarvan de rente niet aftrekbaar is.

Het ministerie van Financiën heeft in een besluit vastgelegd dat er geen uitzonderingen op deze regeling worden gemaakt, dus een beroep op de hardheidsclausule heeft geen zin.

Wie van een restschuld met een hoge rente af wil, zou kunnen nagaan of de schuld kan worden afgelost door een lening te sluiten bij een familielid tegen een gunstige rente. Een nog mooiere oplossing zou zijn als een familielid bereid is om dat bedrag te schenken. In dat geval is in principe schenkingsrecht verschuldigd, maar er bestaat een vrijstelling voor schenkingen vanwege een dringende morele verplichting.

Sloopregeling voor oude auto's
De sloopregeling moet het voor personen en bedrijven financieel aantrekkelijker maken om oudere personen- of bestelauto's versneld aan te bieden voor sloop en met een premie in te ruilen voor een nieuwere, schonere en veiliger auto. De APK van de oude auto moet nog minstens 3 maanden geldig zijn. De nieuwe auto moet een Nederlands kenteken hebben.

Benzineauto's moeten een eerste toelatingsdatum hebben na 31 december 2000. Voor gasauto's geldt dezelfde datum, met de aanvullende voorwaarde dat in het kentekenregister en op het kentekenbewijs de aanduiding G3 is opgenomen. Dieselauto's moeten een roetfilter hebben en mogen niet meer dan 5 milligram fijnstof per kilometer uitstoten, wat moet blijken uit het kentekenregister of uit een verklaring van fabrikant of importeur.

Slooppremies:

  • personen- en bestelauto's met een benzinemotor, bouwjaren t/m 1989: EUR 750;
  • personen- en bestelauto's met een benzinemotor, bouwjaren 1990 t/m 1995: EUR 1.000;
  • bestelauto's met een dieselmotor, bruto voertuiggewicht onder 1800kg, bouwjaren t/m 1999: EUR 1.000;
  • bestelauto's met een dieselmotor, bruto voertuiggewicht boven 1800kg, bouwjaren t/m 1999: EUR 1.750;
  • personenauto's met een dieselmotor, bouwjaren t/m 1999: EUR 1.000.

Onder 'bouwjaar' wordt verstaan: het jaar van eerste toelating, oftewel de afgifte van het eerste kenteken.

Op https://www.nationalesloopregeling.nl/checkkenteken.html kunt u aan de hand van uw kenteken controleren of u in aanmerking komt voor de sloopregeling (let op de S in 'https', die aangeeft dat het om een beveiligde verbinding gaat).