Bedrijfsopvolging en buitenlandse erfgenamen
De bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet voor ondernemingsvermogen of aanmerkelijkbelangaandelen die via vererving of schenking verkregen zijn, geldt ook voor erfgenamen in het buitenland.
Dat heeft de Hoge Raad onlangs bepaald in een zaak over de aandelen die twee in Canada wonende broers in 2001 van hun vader hadden geërfd. De aandelen vormden een aanmerkelijk belang voor de vader maar niet voor de broers. Zo'n situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer de vader 5% van de aandelen heeft. Dat is nog nét een aanmerkelijk belang, maar wanneer je het verdeelt over twee personen krijgt ieder 2,5%, wat géén aanmerkelijk belang meer is.
De Canadese broers voldeden dus niet aan de (Nederlandse) regels voor bedrijfsopvolging die destijds waren opgenomen in de Invorderingswet. De huidige faciliteit in de Successiewet stemt hiermee inhoudelijk overeen. De Hoge Raad vond het echter een schending van het beginsel van vrijheid van kapitaalverkeer.
Vanaf 1 januari 2002 bevat de Successiewet niet langer de voorwaarde dat geschonken of geërfde aandelen een aanmerkelijk belang moeten vormen voor de begiftigde of erfgenaam. Maar voor de erflater of schenker geldt nog wél die eis!
|